Categorie: COLUMNS

hier staan mijn persoonlijke columns over allerlei onderwerpen.

Wiskunde (column voor STIP Hilversum)

wiskunde - blog over het zij-instroomtraject primair onderwijs

Wiskunde is niet mijn sterkste kant. Dat was, inmiddels meer dan 15 jaar geleden, mijn conclusie nadat ik met veel pijn en moeite nét een voldoende haalde tijdens mijn eindexamen. Achteraf gezien was dat een van mijn eerste lessen in “accepteren dat je nu eenmaal niet alles kunt hebben”: de welbekende wiskundeknobbel bezat ik niet.

Heb ik daar last van gehad in het dagelijks leven? Nee. Mijn rekenkennis was voldoende om goed te kunnen functioneren in de maatschappij. Bovendien was ik zo slim om de wereld der getallen achter me te laten en me vooral te focussen op taal. Ik kon goed schrijven, dus deed ik dat. Eerst als journaliste bij de krant en later voor verschillende (nieuws)websites. Geen vuiltje aan de lucht. Ik dacht nooit meer aan mijn rampzalige wiskundeverleden.

Tot ik in 2019 besloot het roer om te gooien. Mijn onderwijsdroom, al jaren sluimerend op de achtergrond, werd te groot om te negeren. Na een informatieavond, sollicitatiegesprek, stage, het maken van een portfolio en een assessment was het officieel. Ik begon aan de pabo én aan een carrière als leerkracht. Hoera! Eén probleem: de hersenen die jaren geleden besloten om wiskunde te laten voor wat het was, moesten er toch weer aan geloven.

Breuken, inhoudsmaten, kwadraten, staartdelingen en de stelling van Pythagoras: ze hoorden weer bij mijn dagelijks leven. Met een stapel boeken, oefentoetsen en een opfriscursus wandelde ik steeds verder in de wereld der wiskunde. Maar (eigenwijs als ik ben): had ik al deze kennis nou écht nodig?

Toen kwam Mark Rutte met de mededeling dat de scholen, na een sluiting van bijna 8 weken, de deuren weer mochten openen. STIP Hilversum besloot met halve klassen te werken. Er doemden verschillende vraagstukken op: hoe gingen we de halve klassen verdelen, met verschillende schooltijden zodat er niet te veel ouders tegelijk bij school stonden te wachten, rekening houdend met broertjes en zusjes die op dezelfde dagen naar school moesten? Hoe konden we de 1,5 meter afstand waarborgen? Hoe gingen we de noodopvang faciliteren (met niet meer dan 15 kinderen per dag), hoe zat het met stagiaires, wat te doen met traktaties, wat werd het protocol voor vierjarigen die voor het eerst naar school zouden gaan, wie kan er wel/niet werken i.v.m. een hoger risico, wat te doen met pauzes, hoe zit het met toiletbezoek? Hoe moest de klas ingedeeld worden?

Mijn collega’s, duidelijk al meer gewend aan de onvoorziene situaties die nu eenmaal bij het onderwijs horen, gingen dapper aan het werk. Met speciaal ontworpen 1,5 meter-tape, ingewikkelde plattegronden, protocollen, posters vol regels, hygiënische handgel en schoonmaakdoekjes. Maar mijn hoofd duizelde. Niet van het schoonmaakmiddel, maar wel van dit bijna wiskundige vraagstuk en alle variabelen en eenheden die daarbij hoorden. Maar, duizelig of niet, met dank aan mijn collega’s is ook mijn klas corona proof.

Deze column werd eerder gepubliceerd op de website van STIP Hilversum.

Houvast (column voor STIP Hilversum)

column zij-instroomtraject primair onderwijs

Twee weken voor ik met het zij-instroomtraject via STIP Hilversum begon, in februari, schreef ik een column over hoe ik mezelf (en mijn gezin) voorbereidde op mijn leven als leerkracht in het primair onderwijs. De titel: ‘leerkracht ben je met je hele gezin’.

De column ging over hoe ons gezinsleven, en alle afspraken die daarbij horen, met behulp van digitale agenda’s, papieren planners, to do-lists, taakverdelingen, afspraken en (jawel) kleurcodes bijna juridisch werd vastgelegd. Mijn idee was: als je een zij-instroomtraject wil combineren met een jong gezinsleven, dan moet dat nauwkeurig gepland worden. Ik eindigde met deze zin: “Je kunt heel romantisch en mythisch denken over het najagen van dromen, maar uiteindelijk komt het hierop neer: ook je dromen moet je inplannen, en misschien zelfs wel vóór al het andere.”

Toen we, begin maart, op het punt stonden mijn eerste column te publiceren, had ik net mijn eerste maand voor de klas achter de rug. Een leerzame, geweldige, inspirerende maand. Het was veel. Hectisch. Vermoeiend. Vrolijk. Naïef. Druk. Lief. Grappig. Ontroerend. Moeilijk. Het was niets als (en zoveel meer dan) ik me had voorgesteld.

Tijdens mijn eerste weken voor de klas had ik maar één houvast: mijn planning. Als ik zorgde dat ik de dag tot in de puntjes had gepland en voorbereid, had ik een goede dag. Dacht ik. Maar na een paar weken veranderde die houvast. Ik moest niet alleen mijn lessen voorbereiden en plannen: ik moest ook voorbereid zijn op het onverwachte. Want precies op het moment dat ik mijn goed voorbereide taalles wilde geven was er een opstootje in de klas. En tijdens de rekenles werd een leerling spontaan verdrietig over haar onlangs overleden oma, waarna haar vriendinnetjes het gehuil al snel overnamen. Probeer dan nog maar eens de tafel van zes uit te leggen.

Ik kwam er als beginnend leerkracht nét achter dat je extreem flexibel moet zijn… En toen sloten alle scholen in Nederland de deuren. De coronacrisis had ons land bereikt.

Nu werken alle leerkrachten vanuit huis, of vanuit een leeg klaslokaal. We geven online lessen, nemen digitale instructies op. We versturen digitale huiswerkpakketjes. We lezen voor op YouTube, filmen challenges, maken podcasts, vergaderen in Teams, videobellen met Google Meet, whatsappen, bellen en soms gaan we ook nog ouderwets fysiek naar een leerling toe. Mijn eerste lessen als leerkracht bleken goud waard en beoefen ik nu iedere dag: wees flexibel, en realiseer je dat je niet alles kunt plannen.

Deze column verscheen in april 2020 in de nieuwsbrief en op de website van STIP Hilversum.

Het bos in! 9 foto-opdrachten voor kleuters

De keren dat mijn dochter (5) mijn telefoon jat om foto’s en selfies te maken, zijn ontelbaar. Zeker na twee weken thuisonderwijs, nu de scholen dicht zijn. Ik besloot om dan maar van de nood een deugd te maken. En zo werd deze to do met je kleuter geboren: foto-opdrachten voor in het bos, om de kleuter creatief en leerzaam bezig te laten zijn, en toch lekker buiten. Voel je vrij om deze foto-opdrachten ook te doen, het document met opdrachten en het bijbehorende echte fotografen-diploma vind je als downloads onderaan deze post.

Et voila, hier de fotocollage van de foto’s van mijn kleuter. Ze vond het erg leuk om te doen, en ze kwam zelf op het idee om de foto’s af te drukken en in te lijsten. (Prima, dacht ik toen, weer een middag met de kinderen gevuld!)

Naast leuk, was het ook een leerzame middag. Ik leerde haar om goed om zich heen te kijken (een van de opdrachten was bijvoorbeeld: poseer voor de mooiste boom uit het bos), en om de ogenschijnlijk ‘gewone’ dingen te waarderen (fotografeer de zon die door de bomen schijnt. Mooi he?) En ze was, op haar niveau, bezig met compositie: hoe krijg ik dat mos mooi op de foto, moet ik wat verder weg gaan staan, of juist dichterbij?).

Wat je nodig hebt voor deze foto-opdrachten:

  • een enthousiaste kleuter;
  • een bos of park;
  • een telefoon, of liever nog: een foto-camera;
  • iets lekkers voor onderweg;
  • en een printer om het diploma uit te printen.

Downloads

Stap 1: Download hier de foto-opdrachten, en hier het enige echte fotografie-diploma voor kleuters. Stap 2: Ga het bos in en heb plezier! 🙂

Leerkracht ben je met je hele gezin

We hebben hier thuis een familieplanner, een gezamenlijke digitale agenda en een STIP-schoolagenda. Op de eettafel ligt een notitieblok voor het ‘even snel’ noteren van spontane notities en afspraken. Daarnaast heb ik ook nog een bullet journal, waar ik zelf to do-lists en weekplanners in maak. Genoeg hulpmiddelen om het gezinsleven te plannen en draaiende te houden, zou je denken. En het wás ook genoeg. Tot ik in november 2019 besloot om een oude droom werkelijkheid te laten worden en het onderwijs in te gaan.

Na de informatieavond over het STIP zij-instroomtraject, het sollicitatiegesprek, de stagedagen, de praktijkopdracht en het assessment is het een paar maanden later dan eindelijk officieel: ik word leerkracht! In februari start ik als leerkracht van groep 4 op de Gooise Daltonschool. Eerst nog boventallig, om goed mee te kunnen kijken en te kunnen leren van ervaren collega’s. Vanaf volgend schooljaar zal ik zelfstandig voor de klas staan.

Wat dit met familieplanners en agenda’s te maken heeft? Veel! De agenda’s van mij en mijn man staan inmiddels vol verdelingen en afspraken. Ons gezinsleven lijkt getransformeerd tot een zakelijk, digitaal en bijna juridisch contract vol kleurcodes, afkortingen, afspraken, regels en taakverdelingen. Het brengen en halen van de kinderen, de avonden waarop ik naar de Hogeschool Utrecht ga, tijd om huiswerk te maken, het huis schoonmaken, zwem- en balletlessen van de kinderen, fysiotherapie, speeldates, en o ja – wij moeten ook nog sporten… Alles is vastgelegd.

De romantiek van het in vervulling laten gaan van een droom lijkt ver weg. Maar ik leer twee lessen uit deze waardevolle voorbereidingsfase. Les één kwam van de opleidingsassessor, die me na het feliciteren met het halen van mijn assessment direct de vraag stelde of mijn man het ook eens was met mijn carrière-switch. Want, zei hij: “Leerkracht ben je nooit alleen. Dat ben je met je hele gezin.”

Les twee schoot me te binnen toen ik vanmorgen een grote, ouderwets papieren agenda kocht. Want je kunt heel romantisch en mythisch denken over het najagen van dromen, maar uiteindelijk komt het hierop neer: ook je dromen moet je inplannen, en misschien zelfs wel vóór al het andere.

Een Bulgaars gebed

Een blog over mijn Bulgaarse schoonmaaksters

Ken je dat? Dat je thuiskomt in een prachtig ingericht huis? Dat er altijd verse bloemen op tafel staan, de vloer stof-, zand- en voedselvrij is, het speelgoed van de kinderen opgeruimd en georganiseerd, en dat je precies weet waar de oplader van je laptop is – dat je die niet eens uit de knoop hoeft te halen? Ik niet.

Mijn werkelijkheid ziet er anders uit. Ik verliet het huis vanmorgen in een complete chaos. De ontbijtrestanten staan nog op tafel (en zijn inmiddels waarschijnlijk verorberd door onze te dikke labrador), de pyjama’s van de kinderen liggen op de bank, er ligt een berg schoon wasgoed op bed die ik nog moet opvouwen en opruimen en er steken nog twee elektriciteitsdraden (zonder hanglamp) uit het plafond in de woonkamer. Ik kan mijn huis even niet Instagrammen, zeg maar.

Allesreiniger

Máár… er is verbetering op komst. Sinds vorige week hebben wij twee Bulgaarse schoonmaaksters. De keukenkastjes glommen na hun eerste poetsbeurt als nooit tevoren. En al bij de eerste stap in onze hal kwam me een zweem tegemoet van frisse lucht en ecologische allesreiniger.

Er is een ding erg ongemakkelijk: de schoonmaaksters komen op een dag en een tijdstip waarop ik thuis ben. Ik probeer dus niet in de weg te lopen en ze er ondertussen van te overtuigen dat ik geen luie, verwende Gooische snob ben. Ik maak lekkere cappuccino’s voor ze en overlaad ze met complimenten. Met succes, want de oudste van mijn twee schoonmaaksters vertelde me al in gebrekkig Nederlands hoe ‘blai’ ze is om voor mij te werken, omdat ik zo ‘lef’ ben (lief, denk ik. Hoop ik).

Hersenbeschadiging

Ze zijn niet alleen fan van mij. Ook Maxime heeft hun hart gestolen. Na veel geknuffel en Bulgaarse woordjes vertelde ik ze dat Maxime te vroeg is geboren. En een hersenbeschadiging heeft. Dat ze motorische beperkingen zal hebben. En dat we niet precies weten hoe haar en onze toekomst eruit ziet.

De stofzuiger ging uit. De dweil werd tegen de muur gezet. De Bulgaarse schoonmaaksters stopten met hun werk. Er waren belangrijkere dingen te doen.

Voor ik het wist stonden we met zijn drieën, hand in hand, om Maxime heen. De oudere schoonmaakster sloot haar ogen en prevelde Bulgaarse woordjes. Legde haar hand op mijn hart, en daarna op die van een verbaasd kijkende Maxime. Ik verstond niets van wat er gezegd werd, maar moest huilen van zoveel liefde en compassie. Van twee mensen die ik nog maar anderhalf uur kende. In mijn huis hangt nu een zweem van frisse lucht, allesreiniger en, vooral, hoop.

Gymles

De ochtend liep fout. Er was een baby die opeens om 5 uur al een fles wilde, er waren twee ouders die daarna weer in slaap vielen en vervolgens de wekker uitdrukten, er was een kleuter die het niet eens was met haar (enige schone) outfit, en er was een lekke fietsband. Na een hoop gechagrijn en gehaast liep ik mopperend met de kleuter naar school. Tot ik me besefte hoe normaal mijn gezin is. Met haast en gemopper.

Normale momenten zijn voor mij, en voor ons als gezin, heel bijzonder geworden. Want we weten dat de toekomst van Max er (iets) anders uit zal zien dan normaal of gemiddeld.

En dat doet iets met je. Als ouder. Ik kan niet zeggen dat ik er nog steeds verdrietig om ben (al zijn er echt wel moeilijke momenten en had ik het uiteraard allemaal liever anders gezien). Maar inmiddels houden we zoveel van ons altijd vrolijke poppetje dat het verdriet erbij verbleekt. En we zijn enorm dankbaar voor het feit dat ze het zo goed doet. Tot nu toe worden de kinderartsen stil van haar (want de statistieken kloppen nu niet meer) en de revalidatieartsen enthousiast. En dat is precies waar we, een jaar geleden, alleen maar van konden dromen.

Het verdriet, de onzekerheid, de angst, de liefde en ook de dankbaarheid hebben mij een beter mens gemaakt. Kwetsbaarder en veel gevoeliger. Maar ook vrolijker en meer betrokken. Als ouder van een kind met een beperking leer je dat de steun en hulp van anderen zo ontzettend nodig is in het leven. Je leert dat we eigenlijk elkaar allemaal keihard nodig hebben. Als buurt. Als stadsgenoten. Als maatschappij. En als lotgenoten op deze ronddraaiende planeet (ja, ik ben ook heel filosofisch geworden).

Gymmen met een beperking

Laatst had ik een gesprek met een mede-cp-moeder. Ze vertelde dat haar kind met cp, na een paar jaar op een reguliere basisschool te hebben gezeten, toch het advies kreeg om naar een ‘speciale’ school te gaan. Niet omdat ze het reguliere onderwijs niet aankon. Nee, dat niet. Het meisje was alleen motorisch aangedaan, verstandelijk was ze helemaal oké. Maar doordat ze motorisch niet zo sterk en snel was als de andere kinderen, leunde ze weleens op een van haar klasgenootjes tijdens de gymles. Of ze pakte iemands hand als ze haar evenwicht verloor. En dat was niet de bedoeling, aldus de betreffende basisschoollerares.

Nu wil ik deze lerares een les meegeven. Iedereen, ook jij, zal weleens iets meemaken waardoor je even wankel in het leven staat. Waardoor je keihard de steun van een ander nodig hebt. Omdat je het simpelweg niet alleen kunt. En als je dan met je kwetsbare en gebroken ziel de deur opendoet en een pan eten ziet staan (thanks Maaike!), of je komt thuis en je vindt lieve kaartjes op de deurmat, of je krijgt een arm om je heen op een moment dat je het niet meer ziet zitten: dan voel je liefde. Ook al dacht je dat je dat nooit meer zou kunnen voelen.

Mijn conclusie na een verdrietig en onzeker eerste levensjaar van mijn lieve Max: liefde wint altijd terrein. Hoe hard, hobbelig, mistig en grauw dat terrein ook is. Laten we onze kinderen, verdorie, op zijn minst leren dat ze niet alleen op dat terrein staan.

De illusie van controle (oftewel: bullet journaling)

Bullet journaling werkt rustgevend. Je wordt productiever en meer gemotiveerd om je doelen te halen. Lees hier waarom

Vandaag had ik een vergadering bij een van mijn opdrachtgevers. Ik kwam als laatste aan en trof mijn collega’s rond een tafel met een verzameling aan essentiële vergaderdingen: koppen koffie en thee, laptops, telefoons, een keurig opgerolde iPhone-oplader en Smints. Toen ik daar mijn bullet journal aan toevoegde, keken mijn collega’s met verbazing naar mijn zorgvuldig vormgegeven to-do-lists. Was dit echt?

Ja, lieve collega’s, dit is echt. Na de gebruikelijke grappen en opmerkingen ‘dit kost je meer tijd dan de taken op je to do-list’ en ‘dat je daar tijd voor hebt’, probeerde ik ze uit te leggen waarom bullet journaling zo rustgevend is. ‘Hiermee heb ik het idee dat ik het leven enigszins onder controle heb, al is het maar een illusie’, probeerde ik. Ze keken me nog steeds wantrouwend aan, en eigenlijk begreep ik dat ook wel.

Thuis stuitte ik op dit artikel van Anna Russell, The New Yorker, die net als ik kickt op de illusie van controle: “The real appeal of bullet journaling lies in the illusion of control it offers; anyone might be saved.” De kop van het artikel: Can Bullet Journaling Save You? 

Washi-tape

Mijn antwoord? Ja. Bullet journaling kan je redden. Het is een manier om orde aan te brengen in de wirwar van to do’s, gedachten en ideeën die je dagelijks hebt. En dan op een manier die bij jóu past. En die jij mooi vindt. Het is een manier om je tijd te vullen met de dingen die jij echt belangrijk vindt. Het bijhouden van je doelen, het afvinken van taken, gewoon maar wat tekenen of foto’s, knipsels, gedichten en washi-tape plakken: you name it.

Ryder Carroll, de guru des bullet journal-guru’s, zegt in het New York-artikel: “The Bullet Journal is designed to embrace the chaos that is life. The Bullet Journal method’s mission is to help us become mindful about how we spend our two most valuable resources in life: our time and our energy.”

Et voila, collega’s. Plak daar een washi-tape omheen, en niemand kan er tegenop.

PS: Op Pinterest verzamel ik inspiratie voor self care layouts in je bullet journal. Volg mijn bullet journaling/self care bord.

Ondertussen… (wordt Max bijna 1!)

Max wordt een jaar

‘Wat is ze groot geworden, zeg!’ zeggen veel moeders op de school van Lela als ze een vrolijke blik werpen in de Maxi-Cosi die ik iedere ochtend weer meesleep. Ze hebben gelijk, Lela’s ‘kleine zusje’ wordt steeds meer dreumes en steeds minder baby.

Hoewel ik dat ook zie (ik moet inmiddels kleding in maat 80 kopen, haar tanden (!) poetsen en haar haren kammen) blijft ze in mijn ogen nog zo klein. In mijn ogen zijn we nog helemaal niet toe aan haar eerste verjaardag. In mijn ogen is het veel te snel morgen, 4 september, de dag waarop ze één wordt.

Haar eerste jaar. Een jaar dat begon op de intensive care; niet zoals ik het me met mijn zwangere buik had voorgesteld. Slangetjes, ademondersteuning, een ‘Billy-blanket’ en een sonde hoorden er niet bij. De kinderarts met haar ernstige gezicht ook niet. En zeker de witte vlekken op de MRI-scan waren niet gepland.

Het was een chaotisch jaar. Vol verdriet, rouw, doktersafspraken en diagnoses. Vol fysiotherapie, zorgen voor de toekomst en ‘wat als’-vragen. Googelen naar alternatieve therapieën. Ervaringen lezen van andere ouders. En ondertussen maar hopen. Hopen dat ze zich ondanks de cerebrale parese goed ontwikkelt. Dat de arts het mis had. Met haar ‘kasplantje’ en ‘op alle gebieden gehandicapt’.

En dat had ze, weten we ondertussen. We weten dat Max zelf kan eten, drinken, spelen, kletsen en lachen. Dat ze contact maakt en dingen snapt zoals ieder ander kind. Dat ze kan omrollen. Dat ze bijna zelf kan zitten. Dat ze probeert te tijgeren. Dat ze het geweldig vindt als je op haar buik blaast, of als je ‘kiekeboe’ speelt. Dat ze het liefst iedere dag wil zwemmen. Dat ze dol is op haar vader en moeder maar dat ze een échte held heeft: een grote zus die altijd voor haar klaarstaat. Die haar ‘liefie’ noemt. En die dagelijks zingt dat ze zoveel van haar houdt.

Ondertussen leven we dus maar gewoon door. En houden we maar gewoon van elkaar. Met taart, ballonnen en slingers, want kleine Max wordt morgen één jaar.

Google Maps (+ Disneyland Surprise Video’s)

disneyland

Heb je de aflevering van Zomergasten met Hanna Bervoets gezien? Hanna (zonder –h) had veel interessants te vertellen en liet mooie fragmenten zien. Eén fragment in het bijzonder is me bijgebleven. Geen blockbuster of maatschappelijk verantwoorde documentaire. Integendeel: een YouTube-video over twee Amerikaanse zusjes die naar Disneyland gaan.

Dat soort video’s (de officiële benaming is: Disnleyland Surprise video’s) is dus blijkbaar een fenomeen online. Video’s van ouders die hun kinderen vertellen dat ze naar Disneyland gaan. Deze video heet ‘Lily’s Disneyland Surprise… AGAIN’ en is, schrik niet, meer dan 18 miljoen keer bekeken.

Ik moet je eerlijk bekennen dat ik de video hardop zat af te kraken. Sjongejonge, die overdreven Amerikanen weer, zou het nep zijn, waarom moet je je kinderen zo te kijk zetten.. Ik nam een slok wijn en concludeerde (zoals zo vaak) dat Amerikanen overdreven, oppervlakkig en eigenlijk gewoon gek zijn (op zondagavond nuanceer ik weinig).

Natuurlijk weet ik dat niet iedere Amerikaan ‘over the top’ is. Ik vergaap me iedere dag wel weer aan een inspirerende TED-talk van een Amerikaanse schrijver of spreker, vind alle docu’s over Amerika interessant, en ik volg het dagelijks leven van een handjevol interessante, slimme en creatieve Amerikaanse bloggers/vloggers op Instagram. Mijn leven is best wel Amerikaans. Mijn dochter van vier zegt zelfs al oh my god.

Een van de leukste Amerikaanse mensen die ik volg is Erica Reitman. Zij is een ‘Creative Entrepreneur Coach’ en hoewel ik haar al jaren volg weet ik eigenlijk nog steeds niet wat dat inhoudt. Desondanks ben ik verslaafd aan haar stories op Instagram; verhalen die nérgens over gaan. Erica maakt ’s ochtends haar iced latte en praat dan maar gewoon wat. Over haar oorbellen die ze niet lang kan dragen, over haar senior dog Gus, haar Amazon-wishlist, de bezoeken aan haar medium, wat ze die dag op de vlooienmarkt heeft gekocht…

Vanmorgen vertelde ze dat ze gelooft in tekens van het universum. Volgens Erica zijn veren een bovennatuurlijk signaal dat je de goede richting van jouw leven inslaat. Een soort Google Maps voor het leven, zeg maar.

Ik liet vanmiddag onze hond uit en zag er, ik heb ze geteld, dertien. Ik vind het complete onzin, die veren, maar werd er door Erica toch een beetje blij van. Natuurlijk vertellen ze me niet écht dat ik op de goede weg ben (laten we eerlijk zijn, het zijn gewoon restanten van een aangevallen vogel).

Maar is het nou echt zo erg als men er zelf tóch die betekenis aan geeft? Is het niet gewoon fijn dat ik tijdens het uitlaten van de hond even stilsta, glimlach en denk: ‘ik ben goed bezig’?

Daar zijn veel Amerikanen dan weer goed in. Met al hun poeha geven zij het leven veel meer betekenis dan het (waarschijnlijk) heeft. Disneyland is daarvan een mooi voorbeeld.

Foto: Patrícia Ferreira, Unsplash.

Goed genoeg

Een blog over perfecte plaatjes versus vage polaroids.

Ik was 33 toen ik dacht dat ik het wel onder de knie had, het leven. Met menig persoonlijk drama achter de rug, een netwerk vol (door mij) versleten therapeuten, een boekenkast gevuld met zelfhulpboeken en een behoorlijke lijst afgewerkte cursussen, workshops en online trainingen kon ik alles aan. Met mijn mensenkennis en levenswijsheid. En toen werd op 4 september 2018 mijn dochter Maxime geboren. Met een hersenbeschadiging.

Ik hoef je niet uit te leggen dat ons leven er sindsdien compleet anders uit ziet. Terwijl je normaal gesproken ‘vertrouwt’  op de normale gang van zaken (een kind is meestal gezond en ontwikkelt zich meestal volgens een bepaald patroon) weten wij niet goed wat ons te wachten staat. Maxime werd geboren met veel vragen. Kan ze ooit contact met ons maken? Praten? Kan ze van de sondevoeding af?

Bijna een jaar later hebben we op veel vragen antwoorden, maar is de toekomst nog steeds onzeker. Ja, ze kan contact met ons maken (en hoe!). Ja, ze kan later praten. En ja, ze is van de sondevoeding af. Toch weten we dat ze motorische beperkingen zal hebben. Er zijn nieuwe, iets kleinere vragen bijgekomen. Kan ze later een trap op lopen? Kan ze naar een ‘gewone’ school? Naar zwemles?

Het lukt mij niet altijd goed om met deze onzekere toekomst om te gaan. Daarom schakelde ik een professional in. Iemand met veel ervaring met ouders van kinderen met een beperking. (Ben je vader of moeder van zo’n kindje? Dan raad ik je écht met een professional te gaan praten, ook als je denkt dat het niet nodig is. Het is een hele kluif om hiermee om te leren gaan).

Bij mijn psycholoog leer ik een aantal dingen. Ik leer om stil te staan bij hoe blij ik ben met Maxime en haar ontwikkeling. Zij ontwikkelt zich beter dan we ooit hadden gedacht; en ik voel een dankbaarheid waar je u tegen zegt.

Het perfecte plaatje

Aan de andere kant heb ik nog steeds moeite met het ‘plaatje’.  Het perfecte toekomstbeeld dat ik blijkbaar voor ogen had. Ik leer stap voor stap hoe ik dat plaatje moet loslaten en vervangen door, tsja, door niets eigenlijk. Er is geen plaatje van onze toekomst. Ik kan hoogstens een dagelijks kiekje maken, een polaroid die later zal vervagen. En ‘perfect’ moet ik uit mijn vocabulaire schrappen. Want wij hebben niets meer aan dat woord (wie heeft daar  überhaupt iets aan?).

Levenslessen

Goed genoeg is het nieuwe perfect. Het is een van de vele harde, maar ook hele mooie levenslessen die ik tegenwoordig dagelijks op mijn pad krijg. In de kamer van de psycholoog, thuis op de bank, maar ook op onverwachte momenten. Zo riep mijn oudste dochter laatst, toen ik haar net naar zwemles had gebracht: ‘Dag lieve mama die niet lekker kan koken!’ En ik dacht: verdomd, ze heeft gelijk, die eigenwijze dochter van mij. Ik kan niet goed koken, maar ik ben wel een lieve moeder. En dat is goed genoeg.