Categorie: IN WORDS

Levenswijsheid vanaf een Italiaans terras

BLOG Levenswijsheid vanaf een Italiaans terras

We zijn in Toscane. Vanmorgen dronken we echte Italiaanse koffie, op een echt Italiaans terras. We aten crepes met bosvruchten en meer suiker dan goed voor je is. Het weer was zacht; een voorzichtig briesje speelde met onze haren. We hadden geen haast en geen plan. Ons gespreksniveau had zich aangepast aan dit lome vakantiegevoel.

Lela: “Wanneer mag ik paardrijden?”
Ik: “Misschien strakjes, we moeten even afwachten of het niet gaat regenen.”
Lela, dagdromend: “Dan ga ik heel hard, en ik ga bloemetjes in de manen van Zurina doen.”

Maurits, dagdromend: “Ik zou wel een vakantiehuisje in Toscane willen hebben.”
Ik: “Hoe duur zou dat zijn?”
Maurits, plots uit zijn dagdroom gehaald: “Te duur.”

Lela: “Over hoe lang mag ik paardrijden?”
Maurits: “We gaan het straks vragen, als we in het vakantiehuisje zijn.”
Maxime, die genoeg had van haar fruithapje: “Whaawhawhaha.”

Maurits: “Je kunt hier op elke hoek van de straat lekkere koffie krijgen. Anders tel je niet mee in Italië.”
Maxime: “Whaa!”
Ik, wenkend naar de ober: “Mogen we nog twee cappuccino’s?”
Lela, ongeduldig: “Mag. Ik. Nou. Ein. De. Lijk. Paard. Rijdennn?”

Levenswijsheid

En opeens denk ik, nippend aan mijn cappuccino, aan vriend R. Geen boeddhist, filosoof of spiritueel wonder. Gewoon een nuchtere Hollander die ons dit vakantieadres in het hart van Toscane aanraadde. Hij gaat hier al tien jaar naartoe en zijn beschrijving van de ideale vakantie luidt als volgt: “Als je honger hebt, eet je wat. Als je dorst hebt, pak je wat te drinken. En als je moe bent, ga je lekker slapen.”

Dus mensen, pure levenswijsheid vanaf een Italiaans terras. Zo simpel is een ideale vakantie. Het is geen beschrijving voor in een reisbrochure, maar het klopt wel. Je moet alleen het. Paardrijden. Niet. Ver. Geten.

Montecatini Alto, Toscane.

Gewoon bijzonder

Maxime heeft een motto. Yep, echt waar. Ze kan nog niet praten of kruipen, maar ze heeft al een levensmotto en ze leeft het iedere dag.

Waarschijnlijk ken je ons verhaal over de geboorte en de diagnose van Maxime wel. Kort samengevat: Maxime heeft vlak voor de bevalling zuurstoftekort gehad en wel zo ernstig dat er sprake is van een behoorlijke hersenschade. Die hersenschade resulteert in cerebrale parese (CP, een verhoogde spierspanning). Daardoor zal ze later zeer waarschijnlijk motorische beperkingen hebben, maar hoe, waar en hoe ernstig is nog niet te zeggen.

Geboortekaartje

Maxime werd geboren met 33 weken, ook al zoiets waar we niet gerust op waren. Zou ze het überhaupt redden? De eerste weken zaten vol verdriet, angst en onzekerheid. Een lief geboortekaartje versturen was het laatste op onze hectische to-do lijst. We verstuurden het geboortekaartje pas toen Maxime eindelijk veilig thuis was.

Ik heb lang nagedacht over de tekst. Ik wilde het kaartje iets bijzonders geven, passend bij Maxime en haar situatie. Maar het moest ook hoopvol en blij zijn. En opeens dacht ik aan iets wat Lela tegen haar oma zei toen ik nog zwanger was. Zo ontstond de tekst voor het geboortekaartje van Maxime:

‘Hoe vind je het om grote zus te worden?’ vroeg haar oma een paar maanden geleden. ‘Gewoon’, antwoordde Lela, en ze ging door met tekenen alsof er niets aan de hand was. Voor sommigen is dat niets anders dan een nuchter antwoord van een kleuter. Wij halen er, terugkijkend op de afgelopen weken, een mooie levensles uit: het bijzondere is soms heel gewoon, en het gewone heel bijzonder.

Vorige week werd Maxime gedoopt. En mijn vriend benoemde het nog maar eens: “Maxime is ‘gewoon’ een lieve baby, die ‘gewoon’ haar ontwikkelingen moet doormaken. Maar het licht dat in haar schijnt is oogverblindend. Ik geloof dat zij een levenskracht heeft die ons allemaal nog zal doen verbazen. Maxime zal zich ‘gewoon’ ontwikkelen tot een heel bijzonder meisje.”

Deze taxichauffeur vergeet ik nooit meer

Deze taxichauffeur vergeet ik nooit meer

Op de dag van ‘het nieuws van de kinderarts’ nam ik ’s avonds laat een taxi van het Sophia Kinderziekenhuis naar huis. Ik had de hele dag op de intensive care-afdeling doorgebracht, voelde me ellendig, en wilde voor het eerst sinds de bevalling een nachtje thuis slapen.

De taxichauffeur, een jonge jongen van Marokkaanse afkomst,  kwam vrolijk op me af lopen.  Hij zag al snel dat dit geen gezellig ritje zou worden. Toen hij vroeg waar ik naartoe moest brulde ik snotterend dat mijn dochter gehandicapt zou zijn. En zo werd een vreemde taxichauffeur getuige van een van mijn ergste breakdowns. Arme jongen 😉

Zelf was hij er niet zo van onder de indruk. Hij nam me in zijn armen en zei: ‘So what? Ze is jouw dochter!” Gek genoeg was zijn nuchtere antwoord precies wat ik nodig had. Want naast ons grote verdriet, was er ook gewoon een lief meisje geboren. Onze dochter.

Onderweg vertelde de taxichauffeur me over zijn gehandicapte neefje. Hoe gelukkig hij was, hoe hij zijn eigen weg had gevonden. Hoe de hele familie zielsveel van hem hield.

Eenmaal thuis haalde hij mijn koffer uit de achterbak, liep met me mee naar de voordeur en gaf me een kus op mijn voorhoofd. “Ik wens jullie het beste. Insjallah.” En daar ging hij weer, met zijn taxi de donkere nacht in; de taxichauffeur die ik nooit zal vergeten.

Tranen van witte chocolade

Ik stond een paar dagen geleden op de weegschaal en sindsdien ben ik er, niet meer vanaf geweest. Figuurlijk dan, he. Ik zie nog steeds de cijfers voor me, inktzwart prijkend op het schermpje. Fuck! Mijn zwaarste gewicht ooit.

Nu bevind ik me tussen twee werelden. De wereld van Eva Longoria (skinny & petite) en Adele (mooi en vol). Soms zit Eva op mijn linkerschouder en zegt ze: “Moniek, je zou nu niet drie oliebollen moeten eten. Zo kom je nooit meer op je oude gewicht, en je spijkerbroek zit nu al strak!” En dan komt Adele me vertellen dat schoonheid toch niets te maken heeft met gewicht en dat ik er met nieuwe, slim uitgekozen kleding nog steeds mooi uitzie. The end of the story? Ik eet drie oliebollen.

Om het allemaal nog ingewikkelder te maken, leer ik ondertussen door ayurveda en hier en daar een snufje boeddhisme dat ik vooral van mezelf moet houden en mezelf moet accepteren zoals ik ben. Wat betekent dat in dit voorbeeld? Is er in de hemel der zelfacceptatie een oliebollenkraam? Is er marsepein te koop? En hoe zit het met witte chocolade?

Zoals wel vaker is het antwoord niet te vinden in zelfhulpboeken. Ik heb nu zelf maar weer eens het woord ‘balans’ uit de vriezer gehaald en tel braaf m’n calorietjes. Een stukje tiramisu mag, maar dan neem ik ‘s middags een salade. Een glas wijn op donderdag is prima, maar dan is het van maandag tot en met woensdag gewoon thee. Dat gaat meestal goed, maar soms laat ik me iets teveel beïnvloeden door de naaste omgeving. Zo heb ik een lieve vriend die vaak thuiskomt met de lekkerste kaasjes en een gezellige buurvrouw die, als ik haar vraag hoe het met haar gaat, steevast antwoordt: “Goed! Ik ben dik maar gelukkig!”

Glimlach van een moeder

glimlach van een moeder

Het is twee jaar geleden dat ik van de een op de andere dag in de wereld der moeders terecht kwam, en ondanks dat ik me plechtig voornam om nooit zo’n ‘typische’ moeder te worden, moet ik bekennen dat ik volledig aan dat beeld voldoe.

Ik herken me in de columns over ‘de gehaaste moeder’: ook ik zit meerdere keren per week hijgend op de fiets met een zingende peuter, en terwijl de zingende peuter er dan uitziet om door een ringetje te halen, heb ik mijn haar in een rommelige knot zitten omdat ik geen tijd had om het te wassen (laat staan te föhnen).

Even ingrijpen

Ik herken me ook weleens in ‘de bezorgde moeder’:  de moeder die in de speeltuin geen gesprek kan voeren omdat ze continu angstig rondkijkt, de omgeving scant op gevaren, en probeert in te schatten of de peuter wel of net niet zelf op dat glijbaantje kan. Mijn naaste omgeving geeft gesprekken met mij inmiddels maar op, omdat de gemiddelde lengte van mijn zinnen drie woorden is en daarna altijd gevolgd worden door een excuus: ‘Sorry hoor, ik moet even ingrijpen nu’.

Het mag duidelijk zijn: een typische moeder is een moeder die zich voorneemt om niet zo’n typische moeder te worden en het dan in alle opzichten wél wordt. En terwijl we allemaal volhouden dat er niet zoiets als een typische moeder bestaat (iedere moeder doet het op haar eigen manier) herkennen we ons stiekem best wel in de grappen, beschrijvingen en vooroordelen. Het ligt aan het aantal uren slaap van de nacht ervoor of we daarom kunnen lachen of dat we in een hysterische woede-aanval uitbarsten. Wees gewaarschuwd.

Mooie moeders

Maar als ik de rommelige knotjes, regelmatige paniekaanvallen, wallen en woedende tirades opzij schuif, blijven er mooie typische moeders over. Een moeder die in de trein zit te genieten omdat haar kind van vijf met een game boy in zijn handen tegen haar aankruipt. Een moeder met haar baby van een paar dagen oud op schoot, die ondanks de gebroken nachten en een horrorbevalling verwonderd naar dat kleine wurmpje kijkt. Een moeder die de snotneus van haar zoontje afveegt en hem dan tevreden en zorgzaam aankijkt als zijn gezichtje weer schoon is. Een moeder die niets meekrijgt van Sesamstraat, omdat ze liefdevol de haren van haar dochter kamt.

Moeders die vol trots met hun kind naar het consultatiebureau gaan en glunderen bij ieder complimentje. Ook dat zijn typische moeders, te herkennen aan hun typische glimlach. Een glimlach vol liefde, zorgzaamheid, melancholie, pijn en angst. Een glimlach vol trots, genegenheid, verantwoordelijkheid en humor. Een glimlach met zoveel tegenstrijdige gevoelens in zich dat de lach er zacht en nederig van wordt. Zo’n typische moederglimlach, en ik ben blij te kunnen melden dat ik hem dagelijks lach.

Zilver

Ik ga eerlijk zijn. Want ondanks het feit dat ik eigenlijk wil dat jullie mij zien als een biologische thee drinkende filosofe die de zondag doorbrengt met literaire boeken of maatschappijkritische documentaires, gaat deze blog over het ‘gewone leven’. Vandaag hield dit gewone leven in dat ik met een kater door het centrum van Zaandam liep. Het ergste komt nog: ik was op zoek naar Teva-sandalen.

(Haak niet af! Geef niet op! Ik ga nog proberen om een filosofische draai aan dit verhaal te geven. Lees dus gerust verder.)

Teva-sandalen zijn alles wat ik niet wil in het leven. Voor mij staan ze symbool voor burgerlijkheid. Van ingekakt zijn. Van geen idee hebben wat je in het weekend moet doen en dan maar gaan wandelen. Van functie boven vorm. Van degelijkheid.

Niet sexy

Teva is: kamperen (gruwel), koffie uit een thermoskan (nooit goed), kleverige bammetjes (jeugdtrauma) en een gevonden voorwerpen museum. Teva is niet sexy.

Waarom zocht ik vandaag dan toch Teva-sandalen in maat 21?

Mijn dochtertje. Hoewel ik haar alle mooie spulletjes ter wereld gun, gun ik haar vooral het beste en dat begint met de voetjes. Die zachte voetjes die nog maar net rondlopen, die voetjes die overal naartoe willen en dan vooral waar ik níet naartoe ga, die deze zomer de zee gaan ontdekken en in meertjes willen spelen en die niet bang zijn voor een beetje modder. De voetjes die nooit eens rustig stil kunnen staan of liggen, die nog geen gevaar zien. Voetjes die niet nadenken maar dóen.

Principes

Die voetjes vragen om een stabiel en comfortabel voetbed. En daarom gooide ik voor de 86e keer sinds ik moeder ben maar weer eens mijn principes overboord (om over mijn trots, smaak en ego nog maar te zwijgen) en rekende ik uiteindelijk de zilverkleurige variant van degelijkheid af.

Een doorn in het oog, een rib uit mijn lijf én een pak van mijn hart. Ik kan namelijk niet wachten om die vrolijke voetjes van mijn dochter erin te zien rondrennen. Want (nu komt de filosofische draai): uiteindelijk wil ik haar leren dat je moet doen wat goed voelt, ook als andere mensen dat burgerlijk of saai vinden. Dat je altijd het beste voor jezelf moet kiezen, ook als dat niet sexy is. In het leven gaat het toch vooral om heel veel plezier hebben en doen wat, op dat moment, het beste bij je past. Zelfs als dat ellendige zilverkleurige Teva’s zijn. Want alleen zo heb je vaste grond onder je voeten.