Wiskunde (column voor STIP Hilversum)

wiskunde - blog over het zij-instroomtraject primair onderwijs

Wiskunde is niet mijn sterkste kant. Dat was, inmiddels meer dan 15 jaar geleden, mijn conclusie nadat ik met veel pijn en moeite nét een voldoende haalde tijdens mijn eindexamen. Achteraf gezien was dat een van mijn eerste lessen in “accepteren dat je nu eenmaal niet alles kunt hebben”: de welbekende wiskundeknobbel bezat ik niet.

Heb ik daar last van gehad in het dagelijks leven? Nee. Mijn rekenkennis was voldoende om goed te kunnen functioneren in de maatschappij. Bovendien was ik zo slim om de wereld der getallen achter me te laten en me vooral te focussen op taal. Ik kon goed schrijven, dus deed ik dat. Eerst als journaliste bij de krant en later voor verschillende (nieuws)websites. Geen vuiltje aan de lucht. Ik dacht nooit meer aan mijn rampzalige wiskundeverleden.

Tot ik in 2019 besloot het roer om te gooien. Mijn onderwijsdroom, al jaren sluimerend op de achtergrond, werd te groot om te negeren. Na een informatieavond, sollicitatiegesprek, stage, het maken van een portfolio en een assessment was het officieel. Ik begon aan de pabo én aan een carrière als leerkracht. Hoera! Eén probleem: de hersenen die jaren geleden besloten om wiskunde te laten voor wat het was, moesten er toch weer aan geloven.

Breuken, inhoudsmaten, kwadraten, staartdelingen en de stelling van Pythagoras: ze hoorden weer bij mijn dagelijks leven. Met een stapel boeken, oefentoetsen en een opfriscursus wandelde ik steeds verder in de wereld der wiskunde. Maar (eigenwijs als ik ben): had ik al deze kennis nou écht nodig?

Toen kwam Mark Rutte met de mededeling dat de scholen, na een sluiting van bijna 8 weken, de deuren weer mochten openen. STIP Hilversum besloot met halve klassen te werken. Er doemden verschillende vraagstukken op: hoe gingen we de halve klassen verdelen, met verschillende schooltijden zodat er niet te veel ouders tegelijk bij school stonden te wachten, rekening houdend met broertjes en zusjes die op dezelfde dagen naar school moesten? Hoe konden we de 1,5 meter afstand waarborgen? Hoe gingen we de noodopvang faciliteren (met niet meer dan 15 kinderen per dag), hoe zat het met stagiaires, wat te doen met traktaties, wat werd het protocol voor vierjarigen die voor het eerst naar school zouden gaan, wie kan er wel/niet werken i.v.m. een hoger risico, wat te doen met pauzes, hoe zit het met toiletbezoek? Hoe moest de klas ingedeeld worden?

Mijn collega’s, duidelijk al meer gewend aan de onvoorziene situaties die nu eenmaal bij het onderwijs horen, gingen dapper aan het werk. Met speciaal ontworpen 1,5 meter-tape, ingewikkelde plattegronden, protocollen, posters vol regels, hygiënische handgel en schoonmaakdoekjes. Maar mijn hoofd duizelde. Niet van het schoonmaakmiddel, maar wel van dit bijna wiskundige vraagstuk en alle variabelen en eenheden die daarbij hoorden. Maar, duizelig of niet, met dank aan mijn collega’s is ook mijn klas corona proof.

Deze column werd eerder gepubliceerd op de website van STIP Hilversum.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.